|
Lezing ‘Gids in Automatisering’ van Bas Linders op het congres “eenvoud in complexiteit” , 27 april 2006 in de Aula van de TU Delft.:
Dank voor de uitnodiging om hier vandaag een bijdrage te leveren. Volgend jaar maart bestaat AG, zoals het blad door de kenners wordt genoemd, precies veertig jaar en wie de nummers uit de begintijd bekijkt ziet meteen waarom toen met die uitgave is begonnen. Er was een ongelofelijk grote behoefte aan informatie over al dat nieuws dat vanuit Amerika op ons afkwam en waarvan door sommigen het belang en de mogelijkheden wel werden onderkend, maar waarover nauwelijks bruikbare informatie voor handen was. Het maandblad, want dat was het toen, was nog niet echt een journalistiek product. Het had soms veel weg van het “wereldtijdschrift” ,zoals beschreven door Willem Elsschot in Lijmen/ Het been. Voor wie die klassieker niet kent citeer ik even de typering zoals Elsschot die zelf in dat boek gaf. “Het wereldtijdschrift is een ingenaaide circulaire met een mooie titel, waarin gezegd wordt dat een bepaalde firma enig is in haar soort, een bepaalde naaimachine beter dan enige andere, of dat een kostschool boven alle andere kostscholen uitblinkt door directie, licht, lucht en hygiëne.” Tegenwoordig noemen we zoiets een advertentieblad en deze typering van Elsschot is overigens nog steeds van toepassing op heel veel voorlichtingsmateriaal zoals u dat van IT-leveranciers en – dienstverleners krijgt.
Maar veertig jaar geleden was alles beter dan niks om de informatiebehoefte te stillen. Zo schreef AG over de eerste computer in de stad Gouda, maar ook over hoe je het best een vloer kon storten voor de toekomstige computerruimte. Er waren verhalen over het nut en de noodzaak van het opzetten van behoorlijke opleidingen en er werd bijgehouden welke bedrijven de sprong hadden gewaagd en waren overgegaan tot het aanschaffen van computers. Het is mooi om te zien dat het toen niet alleen om Shell, Philips, de PTT en de voorloper van Unilever ging. Er waren ook innovatieve kleine bedrijfjes die de stap waagden, zoals de bakkerij grondstoffen fabriek Zeelandia in Zierikzee. Dat bedrijf doet het nog steeds goed en is vandaag de dag een Europese speler.
De 15000 lezers, die AG al snel had, vormden een bont gezelschap van nieuwsgierigen, die alles wilden weten over de mogelijkheden van automatisering en informatisering. Directies van bedrijven, administrateurs, wetenschappers, maar ook ponstypistes, boekhouders, secretaresses en een enkele journalist.
Veertig jaar geleden begonnen we dus aan de lange mars naar het papierloze kantoor. Als je het zo formuleert is meteen duidelijk dat we nog een heel eind te gaan hebben, of dat we onderweg ergens een afslag hebben gemist, dat kan natuurlijk ook. Feit is dat nu, veertig jaar later, IT-systemen een vast onderdeel zijn van onze maatschappij. Ze leveren een bijdrage aan het ontwerp, de productie en werking van ontelbare producten en diensten. Ze maken onderdeel uit van ons leven, onze studie, ons werk en van de wijze waarop we ons ontspannen.
Naarmate de systemen complexer worden – en dat worden ze steeds meer – neemt de kans dat ze ook tot de beoogde successen leiden af. Het gaat om de botsing van de wetten van Moore en van Murphey zou je kunnen zeggen. Die twee heren kunnen niet met elkaar door een deur, maar ze proberen het wel voortdurend. En u begrijpt het: dat proces is heel interessant voor de redactie van een vakblad over ICT-ontwikkelingen. Anders dan het wereldtijdschrift van Elsschot laten wij ons leiden door de vraag wat IT de samenleving nou echt oplevert en minder door de ambitieuze beloften van de aanbieders.
IT-leveranciers en hun klanten vergeten nogal eens dat IT zijn grenzen heeft met als gevolg onrealistische verwachtingen en overambitieuze projecten. Commerciële druk zorgt ervoor dat resultaten moeten worden geleverd in steeds minder tijd, waarbij de kwaliteit het vaak aflegt tegen de wens om eerder dan de concurrent een product op de markt te brengen. Uiteindelijk trekt dat – als gevolg van mislukkingen – een wissel op de economie en de samenleving.
Een paar jaar geleden organiseerde de Universiteit van Groningen post doctorale cursussen waar je kon leren hoe IT succesvol kan worden ingezet bij de bedrijfsvoering. De advertentie waarin die cursussen werden aangeboden probeerde de noodzaak van die studie onder de aandacht te brengen met de tekst: “van elke euro voor informatietechnologie wordt veertig cent verspild!”.
Voor zover ik weet heeft nooit iemand deze uiting boos voorgelegd aan de reclame codecommissie wegens het bewust in diskrediet brengen van een economische sector of activiteit. Als je zoiets bijvoorbeeld over de automobielindustrie zou beweren zou de BOVAG of de RAI, of misschien zelfs wel de ANWB en zijn concurrent, je onmiddellijk aan je jasje trekken. Maar zo niet in de IT.
Dat kan twee redenen hebben. Er is niemand die zich namens de IT geroepen voelt om protest aan te tekenen of de gedane bewering klopt. Het meest waarschijnlijke is dat het allebei waar is. Van elke euro voor informatietechnologie wordt veertig cent verspild. Voor de goede orde: er gaat in Nederland jaarlijks veertig miljard om in de IT-sector.
De IT-sector heeft - ondanks ook prachtige prestaties – door de jaren heen een belabberd imago opgebouwd op basis van reeksen mislukte projecten en niet waargemaakte verwachtingen. Op veel plaatsen staan desktops, waarvan slechts een klein deel van de mogelijkheden daadwerkelijk wordt gebruikt. Vaak wordt qua systeem een Ferrari aangesmeerd daar waar een handzaam bestelautootje op zijn plaats zou zijn. Het nieuwe redactiesysteem dat Automatisering Gids binnenkort in gebruik neemt geeft de redactie veel kopzorgen. Het gaat er namelijk om dat je vooral de mogelijkheden die we toch niet gaan gebruiken eerst uitzet, zodat je niet in de problemen komt. Te vaak investeren bedrijven en overheden niet als een reactie op de technologische veranderingen in hun zakelijke omgeving, maar reageren ze op de perceptie van die omgeving zoals ze die van IT-leveranciers en consultants krijgen aangereikt. Het gevolg daarvan is een desastreuze uitkomst die in veel rapporten is vastgelegd en die we kennen als het bekende rijtje: IT projecten duren vaak twee keer zo lang, worden twee keer zo duur en leveren hooguit de helft van de verwachte functionaliteit. Je kunt het ook anders zeggen: Van elke euro voor informatietechnologie wordt veertig cent verspild.
Doet IT, economisch gezien, er eigenlijk wel toe? Er zijn mensen zoals Nicolas Carr, die beweren van niet, maar dat lijkt mij geen houdbare stelling. Natuurlijk, Carr vraagt zich af of IT wel essentieel is voor de strategie van ondernemingen, maar dan is de focus voornamelijk gericht op de vraag welke bijdrage IT levert aan de productiviteit. Dat debat over de ‘productiviteitsparadox’ gaat nu al decennia mee. Maar als van elke geïnvesteerde euro veertig cent in de plomp gaat is er economisch gezien natuurlijk alle reden om IT serieus te nemen.
Er zijn nogal wat rapporten die iets zeggen over de schade door falende IT projecten. Ik noem er een van de Engelse Royal Academy of engeneering in samenwerking met de British Computer Society. Daarin wordt verwezen naar schattingen die zijn gedaan naar de kosten van falende IT-projecten. De schade werd berekend op zo’n 150 miljard dollar per jaar voor de Verenigde Staten en 140 miljard dollar voor de Europese Unie. Volgens het rapport komen IT-ongelukken in ongeveer gelijke mate voor in de private en publieke sector. De Royal Academy is ook op zoek gegaan naar de mogelijke oorzaken van al dat falen en ging daarvoor te rade bij software ontwikkelaars. Hun reacties komen – kort samengevat – op het volgende neer. Veel ontwikkelaars zijn een onevenredig gedeelte van hun tijd kwijt met het aan elkaar knopen van systemen om tot een coherent platform te komen, in plaats van met het ontwikkelen van software. Ze klagen over het feit dat de architectuur van computersystemen vaak zo belabberd is dat het niet meer uitmaakt wat je aan zo’n project toevoegt, omdat het is gedoemd te mislukken. Hergebruik van bestaande softwaresystemen is meer uitzondering dan regel, terwijl dat juist bijdraagt aan de mate van betrouwbaarheid en voorspelbaarheid van complexe IT-systemen. Het is al eens uitgeprobeerd, het is betrouwbaar gebleken, het is beter te beheren en … het werkt!.
De kwaliteit van software is natuurlijk zeer afhankelijk van de kennis en kunde van software-ontwikkelaars. Die komen het beroep binnen via allerlei wegen. Daarbij is niet altijd sprake van een officiële opleiding in software ontwikkeling, informatietechnologie of computerwetenschap. Het is ook een van de voornaamste redenen waarom het tot op de dag van vandaag niet mogelijk is om complexe IT-projecten te verzekeren.
Chris Verhoef, hoogleraar software engeneering aan de VU, en columnist van Automatisering Gids, heeft wel eens aangetoond dat de beurskoersen van Amerikaanse ondernemingen daalden zodra de beursvloer in de gaten kreeg dat ze op het punt stonden of bezig waren omvangrijke IT-projecten te implementeren. IT investeringen moeten tegenwoordig in Amerika officieel worden gemeld aan de aandeelhouders omdat het een potentieel bedrijfsrisico kan inhouden.
Als falende IT systemen bekend zouden staan als de veroorzakers van lichamelijk letsel of erger, zou er wellicht wat meer debat zijn over het handhaven van regels om de professionele discipline zo hoog mogelijk te krijgen en te houden. Maar wat niet is kan nog komen; het laatste model Mercedes bestaat voor bijna veertig procent uit IT. De komende tijd doet u er bij de aankoop van een auto goed aan om na te gaan wie daarvoor de software heeft geleverd. Het duurt ook vast niet lang meer voor de ANWB de cursus ‘how to debug your car’ gaat aanbieden. Dat zal de bezitters van een Renault hier in de zaal vast aanspreken. Dat merk is berucht bij de wegenwacht, die vaak machteloos staat bij panne onderweg. Voor de Renault rijders heb ik nog een tip. Gewoon even de spanning van de accu halen en daarna weer aansluiten. Een perfecte manier om het computersysteem te resetten, zo hebben colllega’s me uitgelegd.
IT is – hoe dan ook – een belangrijke economische factor geworden, maar het is niet eenvoudig te berekenen welke bijdrage nu precies geleverd wordt aan bijvoorbeeld de toename van de productiviteit. Volgens het Centraal Plan Bureau levert de inzet van IT een extra bijdrage aan de economische groei van een half tot een procent. Je moet je dan wel afvragen of die rekensommen ook zijn gecorrigeerd voor het gegeven dat van elke geïnvesteerde IT-euro ook veertig cent wordt verspild, maar toch… Onderzoek van de Groningse econoom Bart van Ark, samen met Amerikaanse collega’s laat zien dat de Amerikaanse economie een stuk innovatiever is dan de Europese, maar dat is volgens hem niet uitsluitend te verklaren door het meer inzetten van allerlei IT toepassingen. Hij wijst juist op het belang van ‘niet technologische innovatie’, waarbij bedrijven hun producten en diensten sneller dan in Europa aanpassen aan wijzigende marktomstandigheden en marktkansen. Hun lijnen met kennisinstellingen als universiteiten zijn korter, ze vestigen zich in de nabijheid van technologiebedrijven en ze hebben een veel flexibelere arbeidsmarkt, waar ze handig gebruik van maken. Van Ark verklaart die hogere productiviteit dus vanuit een combinatie van zaken, waar de IT slechts een element van is. Het succesvol benutten van IT is dus vooral een managementsvraagstuk en die opvatting wordt ook gedeeld door zijn collega Henk Volberda van de Erasmus Universiteit. De president van de Nederlandse Bank, Noud Wellink, heeft zich ook wel eens in dat debat gemengd, samen met minister Brinkhorst van Economische Zaken. Zij menen dat de productiviteit in Nederland alleen omhoog kan als we langer gaan werken. Dat lijkt me een wat erg simpele oplossing. Als mensen 36 uur op een inefficiënte manier producten maken of diensten aanbieden wordt het er niet beter op als je ze dat nog eens vier uur per week extra laat doen. Daar worden ze niet productiever van.
Het effectief inzetten en toepassen van IT is er wel mee gediend als een goed begrip van informatietechnologie tot de toolkit van het hoogste management behoort. Een deel van de verspilling is – naast het falen van systemen – ook te verklaren door het feit dat er vaak nogal wat tijd verstrijkt voordat bestelde systemen ook daadwerkelijk operationeel worden. Er wordt dan een functionaliteit opgeleverd waar op zichzelf niets mee mis is, maar die is toegesneden op de bedrijfssituatie zoals die bestond op het moment van bestellen. Door de dynamiek van bedrijven voldoet het systeem dan niet meer aan de behoeften van een paar jaar later.
Het helpt ook niet altijd om de IT – of delen daarvan – dan maar buiten de deur te zetten en je als bedrijf te oriënteren op je ‘core business’. Wie zijn problemen delegeert aan anderen die zich specialist noemen stelt zich bloot aan nieuwe risico’s die te maken hebben met beschaamd vertrouwen,verschillende interpretaties van het contract of moeilijkheden om van zo’n contract af te komen. Niet zelden escaleert de eerdere overeenstemming in slepende procedures met leveranciers of dienstverleners. De Stichting Geschillenoplossing Automatisering weet daar alles van.
Het effectief inzetten en toepassen van IT is er ook mee gediend als aanbieders de kwaliteit van hun personeel op peil houden door permanente scholing. De afgelopen jaren van crisis in de IT branche hebben we te vaak gezien dat scholing het eerste kind van de rekening was. En het te snel bij klanten inzetten van zogenaamde seniors die in werkelijkheid slechts starters op de IT arbeidsmarkt zijn draagt ook niet bij aan het imago van de IT-sector. Aan de andere kant van dat spectrum zie je bij gebruikers vaak een groot gebrek aan IT vaardigheden omdat er gewoon te weinig aan het opleiden van personeel wordt gedaan. Uit onderzoek van de Europese commissie blijkt dat dat een van de drie voornaamste oorzaken is van het vastlopen van IT-projecten waar in technische zin niets mis mee is. In Nederland heb je zelfs voor het berijden van een brommer straks een rijbewijs nodig, maar hele bedrijven en delen van de overheid laten hun personeel vrolijk rondstoeien met IT-processen die vaak cruciaal zijn voor het welslagen van hun productieproces of de dienstverlening. Als het dan mis gaat krijgt de computer de schuld.
Bij de overheid – althans in Nederland – doet zich rondom IT investeringen nog een extra probleem voor. In onze ‘gedecentraliseerde eenheidsstaat’ zoals die in 1848 door Thorbecke op papier is gezet, zijn al de verschillende overheden en semi-overheden die we kennen, autonoom als het gaat om hun investeringsbeslissingen en hun keuze voor technologie. Men kan elkaar niets voorschrijven of opleggen. Ministeries, provincies, gemeenten, waterschappen,uitkeringsinstellingen, onderwijsinstellingen, politie-regio’s en de vele segmenten die de volksgezondheid kent hebben dus allemaal- geheel naar eigen inzicht – hun IT infrastructuur opgetuigd. En inderdaad, dat is dus desastreus voor de onderlinge uitwisseling van gegevens en voor hun communicatie met burgers en bedrijven. Dat probleem is inmiddels wel onderkend, maar de oplossing is nog heel ver weg. Op dit moment woedt op tal van ambtelijke niveaus en in het overleg met het bedrijfsleven een ware loopgravenoorlog. Tussen ministeries onderling. Tussen Binnenlandse Zaken en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Tussen grote en kleine gemeenten. Tussen het CBS, het CPB en de Belastingdienst. Over invloed, macht en geld en over de Gemeentelijke Basisadministratie, het Basis Bedrijven register, over administratieve lastenverlichting, over het Burger Service Nummer en over het elektronisch patiënten dossier om maar een paar highlights te noemen. En om misverstanden te voorkomen: wat ik een loopgravenoorlog noem heet officieel natuurlijk overleg. Onze staatsinrichting zit een doelmatige en efficiënte uitrol van IT bij de overheid in de weg. Thorbecke jaagt ons op kosten. Je kunt het ook anders zeggen: Van elke in informatietechnologie geïnvesteerde overheidseuro wordt veertig cent verspild.
Ben ik nou niet te somber? Nou nee. Op de redactie van Automatisering Gids bestaat onverminderd een groot geloof in de mogelijkheden van IT. Wat IT allemaal vermag zien we dagelijks om ons heen, maar je moet de dingen soms wel bij de naam noemen en dat doen we dus ook. Daar is een onafhankelijk vakblad voor nodig met betalende abonnees en daar is er in Nederland op IT gebied maar een van en dat zijn wij. Nederland kent overigens een indrukwekkend aantal vakbladen. Vele beroepsgroepen zijn voor informatie in het kader van de uitoefening van hun werkzaamheden afhankelijk van vakbladen. Binnen het aanbod bestaat een grote variëteit in verschijningsfrequentie, oplage, verspreiding, prijs en inhoud. Er zijn weekbladen, maandbladen, kwartaalbladen en onregelmatig verschijnende titels. Sommigen hebben respectabele oplages en weer anderen bereiken slechts kleine aantalen lezers. Sommige bladen richten zich op een specifieke branche, terwijl anderen vooral functiegericht zijn en hun doelgroepen door de verschillende economische branches heen zoeken. Het belang van vakbladen wordt niet altijd op waarde geschat. We hebben toch google en wikipedia hoor je wel eens. Er groeit inderdaad een generatie op die niet beter weet dan dat informatie gratis is en dat alles wat je wilt weten wel op internet staat. Soms is het zo dat als men daar niet kan vinden wat men zoekt al gauw de conclusie wordt getrokken dat de informatie er dan ook niet is. In dat kader verklap ik u hier maar een geheim; een paar eerste conclusies uit een nog lopend onderzoek dat Automatisering Gids op dit moment laat uitvoeren naar de wijze waarop IT’ers zich vandaag de dag informeren over hun vak. Dat gaat als volgt. Eerst vraagt men aan een collega of die het weet, daarna gaat men googelen of naar de site van een leverancier, dan gaat men op zoek in folders of vakbladen en in laatste instantie maakt men een uitstapje naar een speciaal evenement over dat onderwerp of bezoekt men een leveranciersbijeenkomst. Waar uw bijeenkomst van vanmiddag onder valt weet ik eigenlijk niet.
Wat betekent dat nu precies? Daar breken we ons natuurlijk het hoofd over en een eerste conclusie ligt voor de hand. We moeten meer doen om onze klanten te bewijzen dat de ene informatiebron de andere niet is en dat de kwaliteit van informatie er toe doet. We maken tenslotte geen Wereld Tijdschrift, maar een onafhankelijk vakblad. Het zou treurig zijn als IT’ers op zoek naar betrouwbare informatie zich via google slechts tevreden stellen met de marketing boodschappen van bedrijven.
We zitten hier toch in een onderwijsomgeving dus heb ik wat huiswerk voor u. Als u straks na de borrel thuis bent moet u op google maar eens SOA intikken. S O A. U krijgt dan ongeveer 15 miljoen hits en heel veel informatie over seksueel overdraagbare aandoeningen. In de google kolom rechts staat er dan nog bovenaan een gesponsorde link van IBM. Als u die aanklikt krijgt u namens IBM de mededeling dat IT governance heel belangrijk is. De technische staf van IBM – zo luidt de boodschap – is het met u eens dat u daar aandacht aan moet geven, anders wacht u een leven gedomineerd door IT chaos. Over wie u die IT chaos heeft bezorgd heeft de IBM-boodschap niets te melden.
Het kan ook anders. Tikt u eens in Automatisering Gids en SOA. Dan krijgt u de laatste vier artikelen over Service Oriented Architecture zoals die in Automatisering Gids zijn verschenen. Om ze te kunnen lezen moet u wel abonnee zijn en zo hoort het ook.
Als u nou de indruk hebt gekregen dat ik hier mijn best sta te doen om uit te leggen dat een economische sector die er toe doet ook recht heeft op een volwaardig vakblad dan heeft u gelijk. Als u het daar mee eens bent mag u dat best doorvertellen. Dank voor uw aandacht. |