Thorbecke leeft !

 
Zullen we weer eens afspreken dat we gaan doen wat we samen hebben afgesproken. En dat noemen we dan een nieuw bestuurlijk akkoord, het “vierpartijenakkoord”. Het heeft iets wanhopigs, die ‘oproep ‘ van het Kabinet deze week aan de andere overheden om op korte termijn een overeenkomst te sluiten over de inzet van infrastructuur van de e-overheid. Een half jaar na het verschijnen van het rapport “Het uur van de waarheid” van de commissie Postma-Wallage ligt er nu het antwoord van het kabinet op de aanbeveling om te gaan werken met een Nationaal Urgentie Programma voor de e-overheid en om te zorgen voor een heldere aansturing van dat project. Het begrip ‘urgentieprogramma’ is inmiddels geheel uit de retoriek verdwenen en die heldere aansturing blijkt inmiddels toch iets minder transparant te zijn geworden dan door Postma en Wallage bedoeld. Wat is er de afgelopen maanden dan gebeurd?
Daar is maar één verklaring voor. Ja, daar is ie weer, ons aller Thorbecke. Wie effectief en een beetje snel een gemeenschappelijke e-infrastructuur voor alle soorten overheden die we kennen wil uitrollen stuit onvermijdelijk op staatsrechtregels van 160 jaar oud. De ene soort overheid kan en mag de andere soort overheid nauwelijks iets voorschrijven of opleggen als daarbij de ‘autonomie’ van de betrokken instantie in het geding komt. Waar ‘autonomie’ begint en waar het ophoudt weten we niet precies, maar het is al anderhalve eeuw lang een probaat middel voor de ene soort (semi)overheid om vooral niet te doen wat de andere soort overheid wil.
Zo’n bestuurlijke inrichting creëert natuurlijk ook zijn eigen noodoplossingen zoals de regiegroep Dienstverlening en e-overheid. Daarin proberen vertegenwoordigers van departementen, uitvoeringsorganisaties en gemeenten samen voor te koken wat en in welke volgorde kan worden aangepakt om de e-overheid zo effectief mogelijk van de grond te krijgen en – niet onbelangrijk – hoe ze daarbij hun diverse achterbannen ook mee kunnen krijgen. Er moet dus slim aan de stoelpoten van Thorbecke worden gezaagd. Een begrip als ‘urgentie’ moet je dan mijden als de pest en je moet ook niet al te bedreigend overkomen. Dus staat er in het deze week door staatssecretaris Bijleveld gepubliceerde Actieplan Betere Dienstverlening en e-overheid dat daar waar het gaat om verbetering van de sturing en regie er voor de gemeenschappelijke infrastructuur een ‘verplichtend karakter’ komt die ‘waar nodig ‘ wettelijk zal worden verankerd. Als het meezit wordt er gewoon meegewerkt hoopt de staatssecretaris, want anders kan het nog aardig tobben worden met die ‘wettelijke verankering’. Wie al te opzichtig aan Thorbecke zit moet namelijk ook de grondwet wijzigen en dat schiet niet op.
En dan is er natuurlijk ook nog de vraag wie er kan worden aangesproken op de voortgang van de uitvoering van het actieplan. Het kabinet? De staatssecretaris? Dat is een mooie zoekopdracht voor de controlerende Tweede Kamer. Die moet zien uit te vinden wat in dat licht de betekenis is van de volgende frase uit de notitie van de staatssecretaris: “Het periodiek volgen van de voortgang van de uitvoering van de realisatieplannen acht het Kabinet wenselijk. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt naar de mening van het Kabinet echter bij de verschillende koepelorganisaties van andere overheden en uitvoeringsorganisaties als onderdeel van de monitoring van het nakomen van hun deel van de afspraken in een Dienstverleningsakkoord.” Inderdaad, Thorbecke is niet dood, hij leeft.
Ook verschenen op www.digitaalbestuur.nl
Sitebouw en MetaCMS door WebTeam ISP